ECLI:NL:GHAMS:2024:1775

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 juni 2024
Publicatiedatum
27 juni 2024
Zaaknummer
24/130
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verwijzing na Hoge Raad
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:108 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2016 na verwijzing Hoge Raad

Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het Gerechtshof Amsterdam op 25 juni 2024 uitspraak gedaan in het hoger beroep over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (ib/pvv) voor het jaar 2016. Partijen bereikten ter zitting overeenstemming dat de aanslag verminderd dient te worden tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €28.898.

Het Hof vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag en het bezwaar tegen de aanslag. Tevens veroordeelde het de inspecteur van de Belastingdienst tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende en het betaalde griffierecht. De proceskosten werden vastgesteld op €4.812,50, gebaseerd op het aantal punten en het toepasselijke tarief.

De uitspraak werd mondeling gedaan door de belastingkamer van het Hof, met aanwezigheid van de gemachtigde van belanghebbende en vertegenwoordigers van de inspecteur. Het Hof gaf tevens instructies over het instellen van cassatieberoep bij de Hoge Raad en de procedurele vereisten daarvoor. De uitspraak vervangt de eerdere beslissing en vormt het nieuwe kader voor de aanslag ib/pvv 2016.

Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2016 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van €28.898 en de inspecteur wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 24/130
Vijfde meervoudige belastingkamer

proces-verbaal

van de mondelinge uitspraak - na verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 17 november 2023, nr. 23/00227, ECLI:NL:HR:2023:1570 - op het hoger beroep van

[X] , wonende te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. I.J. Janssens)
tegen de uitspraak van 24 januari 2022 in de zaak met kenmerk SGR 20/8183 van de rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur

inzake de aan belanghebbende opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: ib/pvv) voor het jaar 2016.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juni 2024, daarbij zijn verschenen belanghebbende en gemachtigde voornoemd. Namens de inspecteur zijn verschenen [A] LLM, Msc en [B] .

Beslissing

Het Hof:
  • vernietigt de uitspraak van de rechtbank;
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vermindert de aanslag ib/pvv 2016 tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 28.898 en overigens met inachtneming van de elementen die bij het vaststellen daarvan in aanmerking zijn genomen;
  • veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 4.812,50; en
  • draagt de heffingsambtenaar op het voor het instellen van beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 184 aan belanghebbende te vergoeden.

Gronden

1. Partijen hebben ter zitting van het Hof overeenstemming bereikt in die zin dat de aanslag ib/pvv 2016 verminderd dient te worden tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 28.898 en overigens met inachtneming van de elementen die bij het vaststellen daarvan in aanmerking zijn genomen.
2. Het Hof zal dienovereenkomstig beslissen.
3. Het Hof vindt aanleiding voor een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende overeenkomstig artikel 8:75 Awb Pro in verbinding met artikel 8:108 van Pro die wet en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het Hof neemt hierbij 5½ punten in aanmerking (te weten steeds één punt voor het beroepschrift, het hogerberoepschrift en het verschijnen ter zitting van de rechtbank, het gerechtshof te Den Haag en het Hof en een half punt voor het indienen van een schriftelijke zienswijze na cassatie) tegen een tarief van € 875.
4. Voorts zal het Hof de inspecteur opdragen het griffierecht voor het beroep bij de rechtbank en het hoger beroep bij het Hof Den Haag te vergoeden.
De mondelinge uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2024 door mrs. F.J.P.M. Haas, voorzitter, C.J. Hummel en J-P.R. van den Berg, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. H.M. Nijland als griffier. Hiervan is dit proces-verbaal opgemaakt, ondertekend door de voorzitter en de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op: