ECLI:NL:RBDHA:2022:8007
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag en ongegrondheid beroep tegen besluit
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Inmiddels heeft verweerder een besluit genomen waarin de aanvraag is ingewilligd. Hierdoor is het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk geworden.
Eiser handhaafde zijn beroep tegen het besluit van 8 juni 2022, waarin geen bestuurlijke dwangsom is vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND het verbeuren van bestuurlijke dwangsommen uitsluit en dat deze uitsluiting niet in strijd is met het Unierechtelijk gelijkwaardigheidsbeginsel, het doeltreffendheidsbeginsel of artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
De rechtbank overweegt dat de asielprocedure niet vergelijkbaar is met andere procedures waarin wel bestuurlijke dwangsommen kunnen worden verbeurd, zoals de nareisprocedure of de verblijfsvergunning medische behandeling. Ook het gelijkheidsbeginsel is niet geschonden omdat een eerdere toekenning van een dwangsom in een vergelijkbare zaak onterecht was en inmiddels is hersteld.
Het beroep is daarom niet-ontvankelijk voor zover het gericht is tegen het niet tijdig beslissen en ongegrond voor zover het gericht is tegen het besluit van 8 juni 2022. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Beroep tegen niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk en beroep tegen besluit is ongegrond vanwege uitsluiting bestuurlijke dwangsommen.