ECLI:NL:RVS:2019:505
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op huur- en zorgtoeslag bij intrekking verblijfsvergunning asiel
In deze zaak stond de vraag centraal of appellant aanspraak kon maken op een tegemoetkoming in huur- en zorgkosten gedurende de periode van 5 juni 2012 tot en met 31 december 2012, terwijl hij in hoger beroep was tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning asiel.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het Hof van Justitie om een prejudiciële beslissing gevraagd over de uitleg van de Terugkeerrichtlijn en de Procedurerichtlijn. Het Hof oordeelde dat deze richtlijnen niet verplichten tot automatische schorsende werking van hoger beroep in asielzaken, hetgeen betekent dat het Nederlandse systeem zonder automatische schorsing in overeenstemming is met het Unierecht.
De Afdeling concludeerde dat appellant na de uitspraak van 5 juni 2012 geen rechtmatig verblijf meer had en daardoor geen aanspraak kon maken op de toeslagen over de periode daarna. Wel werd het beroep gegrond verklaard voor de periode van 1 januari 2012 tot 5 juni 2012, waarbij de uitspraak van de rechtbank Amsterdam deels werd vernietigd en het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen werd vernietigd voor die periode.
De Belastingdienst werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. De Afdeling bepaalde tevens dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij haar kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en appellant krijgt aanspraak op huur- en zorgtoeslag tot 5 juni 2012, maar niet daarna.