Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Female Genital Mutilationin Guinee uit mei 2020 (het ambtsbericht). [4]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Guinese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 8 EVRM Pro, gericht op het uitoefenen van familieleven in Nederland bij zijn partner en kinderen. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en het ontbreken van een objectieve belemmering om het familieleven in Guinee uit te oefenen, mede vanwege het risico op vrouwenbesnijdenis.
De rechtbank oordeelt dat verweerder weliswaar alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken, maar onvoldoende heeft gemotiveerd dat er geen objectieve belemmering bestaat. Uit het ambtsbericht blijkt dat vrouwenbesnijdenis in Guinee nog steeds wijdverbreid is, met een hoog percentage meisjes dat besneden wordt, vooral tussen vijf en negen jaar. De sociale druk vanuit familie en gemeenschap is groot, en het gezin van eiser is kwetsbaar vanwege psychosociale problematiek en lage maatschappelijke positie.
Verweerder stelde dat vestiging in de stad bescherming biedt tegen besnijdenis, maar de rechtbank vindt dit onvoldoende onderbouwd gezien het minimale verschil in percentages en toenemende stimulering van besnijdenis in stedelijke gebieden. Ook het argument dat er geen familieleden meer zijn die bedreigen, weegt niet zwaar omdat de sociale druk breder is. De rechtbank concludeert dat verweerder onvoldoende inzicht heeft gegeven in de gevolgen voor de ontwikkeling van de (stief)dochters bij terugkeer.
Daarnaast is het persoonlijke asielrelaas van de partner (referente) met betrekking tot vrees voor vervolging en onmenselijke behandeling niet in deze procedure te beoordelen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op het beroep heeft beslist. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege onvoldoende gemotiveerde belangenafweging over het risico op vrouwenbesnijdenis.