ECLI:NL:RBDHA:2022:8253
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen oplegging neurologisch onderzoek rijgeschiktheid na aanrijding
Eiseres werd na een aanrijding waarbij zij een geparkeerde auto raakte en een persoon in de deuropening niet opmerkte, door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) een onderzoek naar haar rijvaardigheid opgelegd. Dit leidde tot de schorsing van haar rijbewijs. Eiseres betwistte het mutatierapport waarop het besluit was gebaseerd en voerde aan dat er onjuistheden in stonden en dat hoor en wederhoor ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van ongeschiktheid voor het besturen van een motorrijtuig voldoende was vastgesteld op basis van het mutatierapport en het ondertekende schadeformulier, ondanks de discussie over de inhoud van het rapport. Het feit dat er alleen materiële schade was en dat het mogelijk regende, deed hieraan niet af.
De rechtbank stelde vast dat het opleggen van het neurologisch onderzoek rechtmatig was en dat het beroep van eiseres ongegrond was. De ongeldigheidsverklaring van het rijbewijs wegens het niet ondergaan van het onderzoek bleef buiten de procedure. Eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het opleggen van het neurologisch onderzoek is ongegrond verklaard.