ECLI:NL:RVS:2018:118
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs na onderzoek geschiktheid door CBR
Het CBR legde appellant op 22 juni 2016 een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid op en schorste zijn rijbewijs op basis van een mutatierapport van de politie. Dit rapport vermeldde onder meer dat appellant was aangehouden vanwege defecte remlichten en het bezit van hennep, en dat hij geestelijk niet in orde zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze maatregel ongegrond, waarbij zij de betrouwbaarheid van het mutatierapport onderschreef. Appellant stelde in hoger beroep dat het mutatierapport minder bewijskracht heeft dan een proces-verbaal en dat hij onterecht werd gerapporteerd, waarbij hij getuigenverhoor van de politieagenten eiste.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het mutatierapport een aanvaarde vorm van bewijs is in bestuursrechtelijke procedures en dat de enkele ontkenning van appellant onvoldoende is om de betrouwbaarheid te ondermijnen. Ook werd geoordeeld dat de waarborgen van artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing zijn omdat het hier geen strafrechtelijke procedure betreft.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor het oproepen van getuigen of een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De schorsing van het rijbewijs en het opleggen van het onderzoek door het CBR worden bevestigd.