ECLI:NL:RBDHA:2022:8399
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan wegens ontbreken economisch actief verblijf
Eiseres, een Spaanse gemeenschapsonderdaan, verblijft sinds januari 2020 in Nederland en ontvangt sinds april 2020 een bijstandsuitkering. Verweerder stelde vast dat zij geen rechtmatig verblijf had als economisch actieve of niet-actieve gemeenschapsonderdaan, omdat zij niet heeft gewerkt, geen reële kans op werk heeft aangetoond en een beroep doet op openbare middelen.
Eiseres betwistte dit en stelde dat zij rechtmatig verblijf had tot oktober 2021, wel economisch actief was, en dat de belangenafweging ten onrechte in haar nadeel was uitgevallen. Ook voerde zij aan dat verweerder ten onrechte geen vergunning heeft verleend op grond van familie- en gezinsleven zoals beschermd door het Handvest en het EVRM.
De rechtbank oordeelde dat het verblijfsrecht declaratoir is en dat eiseres nooit rechtmatig verblijf heeft gehad omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 8.12 Vb. De belangenafweging was terecht in haar nadeel uitgevallen, mede vanwege het langdurig beroep op bijstand en het ontbreken van voldoende inspanningen om werk te vinden. De rechtbank stelde dat verweerder terecht geen ambtshalve vergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro heeft verleend, omdat eiseres nooit rechtmatig verblijf had.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit dat zij geen rechtmatig verblijf heeft als gemeenschapsonderdaan wordt ongegrond verklaard.