ECLI:NL:RVS:2022:590
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsdocumenten voor gemeenschapsonderdanen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 oktober 2019 aanvragen van vijf vreemdelingen om afgifte van verblijfsdocumenten als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 af. De vreemdelingen maakten bezwaar tegen deze besluiten, dat op 18 december 2020 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen op 21 mei 2021 ongegrond. Hiertegen stelden de vreemdelingen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de vreemdelingen aparte aanvragen moesten indienen om een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro te verkrijgen. De staatssecretaris heeft de bevoegdheid om deze vergunningen ambtshalve te verlenen, maar heeft dit niet deugdelijk gemotiveerd. De staatssecretaris stelde slechts dat een beroep op artikel 8 EVRM Pro nooit tot afgifte van de gevraagde documenten kan leiden, wat onvoldoende is.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 18 december 2020, en beveelt dat de staatssecretaris een nieuw besluit neemt met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.277,00 voor rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de aanvragen wordt vernietigd en terugverwezen voor een nieuw besluit met correcte motivering.