ECLI:NL:RBDHA:2022:8503
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond verklaard
Eiser, een Cubaanse vreemdeling, is sinds 6 juni 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten op 16 augustus 2022.
De rechtbank overweegt dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was. De beoordeling richt zich nu op de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring sinds dat moment. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend is in zijn verwijdering, met name omdat de diplomatieke vertegenwoordiging van Cuba nog geen laissez-passer aanvraag heeft ontvangen, en dat er geen zicht is op uitzetting.
De rechtbank stelt echter vast dat verweerder zich inspant om het vertrek te realiseren, zoals blijkt uit het voortgangsrapport van 10 augustus 2022. Er is twijfel over de nationaliteit van eiser, wat nader onderzoek vereist. Een laissez-passer aanvraag is ook aan Ghana gestuurd, omdat vermoed wordt dat eiser mogelijk niet uit Cuba afkomstig is. Eiser werkt niet mee aan zijn uitzetting en heeft geen eigen inspanningen geleverd om zijn identiteit aannemelijk te maken. De rechtbank concludeert dat er objectief gezien voldoende zicht is op uitzetting en dat verweerder voortvarend handelt.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.