ECLI:NL:RBDHA:2022:8531
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding werkzaamheden wegens te late aanvraag conform vijfjaarsregeling
Eiser heeft twee aanvragen ingediend om de vergoeding van zijn werkzaamheden vast te stellen, beide meer dan vijf jaar na beëindiging van de rechtsbijstand. Verweerder, het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, wees deze aanvragen af wegens overschrijding van de termijn zoals vastgelegd in de werkinstructies en inschrijvingsvoorwaarden.
De rechtbank oordeelt dat de vijfjaarsregeling voor het indienen van aanvragen tot vergoeding rechtsgeldig is en dat verweerder niet verplicht is om een niet tijdig ingediende aanvraag inhoudelijk te beoordelen of de vergoeding vast te stellen. Eiser stelde dat de vergoeding alsnog vastgesteld moest worden om toekomstige verrekening mogelijk te maken, maar dit strookt niet met het beleid van verweerder en het belang van het behoud van overzicht op publieke middelen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is, de afwijzing van de aanvragen terecht was en dat eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter Perniciaro op 24 augustus 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de te laat ingediende aanvragen tot vergoeding wordt ongegrond verklaard.