ECLI:NL:RVS:2024:2326
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- H.G. Sevenster
- V.V. Essenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van verjaringsgrond voor afwijzing vergoeding rechtsbijstand na termijnoverschrijding
De zaak betreft het hoger beroep van een rechtsbijstandverlener tegen de afwijzing van twee aanvragen tot vergoeding van verleende rechtsbijstand. De raad voor rechtsbijstand had deze aanvragen afgewezen omdat ze te laat waren ingediend, namelijk meer dan vijf jaar na beëindiging van de rechtsbijstand.
De rechtsbijstandverlener voerde aan dat er geen wettelijke termijn geldt voor het indienen van een aanvraag tot vergoeding en dat de werkinstructie van de raad geen externe werking heeft. Ook stelde hij dat de raad niet had gemotiveerd waarom hij geen gebruik had gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid om de vergoeding ambtshalve vast te stellen.
De Afdeling oordeelde dat het beleid van de raad, neergelegd in de werkinstructies, wel degelijk een termijn van vijf jaar stelt waarbinnen de aanvraag moet worden ingediend. Dit beleid is niet onredelijk en heeft externe werking. De Afdeling verwierp het betoog dat de termijn niet geldt en bevestigde dat de aanvragen verjaard zijn. Ook was er geen aanleiding voor de raad om ambtshalve vaststelling toe te passen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding wegens verjaring wordt bevestigd.