ECLI:NL:RBDHA:2022:8555
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring beroep tegen niet tijdig beslissen en proceskostenveroordeling
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 31 juli 2019. Verweerder heeft op 18 november 2020 alsnog een besluit genomen en de aanvraag ingewilligd. Hierdoor heeft eiseres geen belang meer bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen, waardoor de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaart.
Ondanks de niet-ontvankelijkheid van het beroep, wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres, omdat op het moment van het instellen van het beroep de wettelijke beslistermijn was verstreken, eiseres verweerder rechtsgeldig in gebreke had gesteld en zij meer dan twee weken had gewacht voordat zij beroep instelde. Verweerder had zich aanvankelijk niet tegen de proceskostenveroordeling verzet, maar dit standpunt werd later ingenomen en door de rechtbank verworpen.
De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op € 379,50, gebaseerd op de toevoeging en de aard van de zaak. Omdat het beroep geheel is toegewezen door het alsnog genomen besluit en de toegekende dwangsom, heeft het beroep geen betrekking meer op het besluit zelf.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van € 379,50.