ECLI:NL:RVS:2019:3348
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en niet-ontvankelijkheid beroep niet tijdig beslissen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 januari 2018 de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdelingen, mede namens hun minderjarige kinderen, stelden beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken nieuwe besluiten moest nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, maar de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tevens was er een beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit. Omdat de staatssecretaris op 24 augustus 2019 alsnog de aanvragen heeft ingewilligd, verklaarde de Raad van State dit beroep niet-ontvankelijk.
De vreemdelingen hadden daardoor geen belang meer bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen en ook geen belang bij beroep tegen de nieuwe besluiten. De Raad van State veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen, vastgesteld op €768,00, toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen, beroep tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, proceskostenvergoeding toegekend.