ECLI:NL:RBDHA:2022:857
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek op grond van ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen omdat de gestelde homoseksuele gerichtheid en de daaraan verbonden problemen niet geloofwaardig werden geacht.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser tegenstrijdige, vage en oppervlakkige verklaringen heeft gegeven over zijn seksuele gerichtheid, relaties en de gevolgen daarvan. Verweerder heeft deze onduidelijkheden gemotiveerd onderbouwd en gewezen op het ontbreken van diepgang en authenticiteit in de verklaringen, mede gelet op de situatie van LHBTI in Nigeria en Nederland.
Eiser voerde aan dat verweerder zijn correcties en aanvullingen onvoldoende had meegenomen en dat er onvoldoende rekening was gehouden met landeninformatie. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder adequaat heeft gemotiveerd en dat eiser zijn zienswijze niet voldoende heeft geconcretiseerd.
Gelet op deze bevindingen is het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank wijst ook het verzoek om een verblijfsvergunning af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen dit vonnis staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de Nigeriaanse asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van zijn gestelde homoseksuele gerichtheid.