ECLI:NL:RBDHA:2022:8589
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel Italië
Eiser, een Iraakse nationaliteit, diende op 18 mei 2022 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 13 oktober 2021 illegaal via Italië Europa was binnengekomen. Italië werd daarom verantwoordelijk geacht voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet langer kon worden aangenomen vanwege structurele tekortkomingen in de opvang en schending van artikel 3 EVRM Pro. Hij verwees naar diverse rapporten en stelde dat ook de verslechterde opvang in Nederland relevant was.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Italië haar verdragsverplichtingen niet zou nakomen. Het feit dat eiser bij het aanmeldgehoor geen bezwaar maakte tegen overdracht aan Italië en de eerdere jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ondersteunden dit oordeel. De verslechterde opvang in Nederland was niet relevant voor de beoordeling.
De rechtbank concludeerde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië van toepassing blijft en dat overdracht aan Italië niet in strijd is met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.