ECLI:NL:RBDHA:2022:8618
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tarief aanslag OZB voor bouwkavel zonder feitelijke bouwwerkzaamheden
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of een bouwkavel waarop voorbereidend werk is verricht, maar waar nog geen feitelijke bouwwerkzaamheden zijn aangevangen, als woning in aanbouw kwalificeert voor de toepassing van het OZB-tarief.
Eiser betoogt dat met het uitzetten van de woning op 18 december 2019 de feitelijke bouw is begonnen en dat daarom het woningtarief van toepassing moet zijn. Verweerder stelt dat pas met het boren van heipalen op 15 januari 2020 de feitelijke bouwwerkzaamheden zijn gestart, en dat het uitzetten slechts voorbereidend werk is.
De rechtbank volgt de jurisprudentie dat een woning in aanbouw pas bestaat vanaf het moment dat feitelijke bouwkundige werkzaamheden zijn aangevangen die leiden tot de stichting van de woning. Het uitzetten van de woning wordt als voorbereidend werk beschouwd en vormt geen onderdeel van de woning zelf.
Daarom kwalificeert het object niet als woning in aanbouw en is de aanslag OZB terecht vastgesteld naar het niet-woningtarief. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De aanslag OZB is terecht vastgesteld naar het niet-woningtarief omdat feitelijke bouwwerkzaamheden nog niet waren aangevangen.