ECLI:NL:RBDHA:2022:8630
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring wegens onvoldoende voortvarendheid en toekenning schadevergoeding
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, werd op 1 augustus 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank had de rechtmatigheid van de bewaring reeds eerder beoordeeld tot het sluiten van het onderzoek en richt zich nu op de periode daarna. Eiser stelde dat de overdracht aan Franse autoriteiten op 16 augustus 2022 niet doorging door een fout van de Dienst Terugkeer & Vertrek, waardoor de bewaring onrechtmatig voortduurde.
Verweerder erkende de fout maar stelde dat voortvarend werd gehandeld en dat eiser overdrachten had gefrustreerd. De rechtbank oordeelde dat de fout onmiskenbaar was en dat de vertraging bij een vrijheidsbenemende maatregel onrechtmatig is, ongeacht andere belangen.
De maatregel van bewaring werd met ingang van 17 augustus 2022 onrechtmatig verklaard en per 24 augustus 2022 opgeheven. Tevens werd een schadevergoeding van €800 toegekend voor acht dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en werden proceskosten van €1.518 aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig verklaard, opgeheven en eiser krijgt een schadevergoeding en proceskosten toegekend.