ECLI:NL:RBDHA:2022:8811
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring na voorlopige voorziening
Eiser, een Syrische Dublinclaimant, werd op 2 juli 2022 in vreemdelingenbewaring gesteld. Na een terugnameverzoek aan Bulgarije en de acceptatie daarvan, werd op 26 juli 2022 het asielverzoek van eiser niet in behandeling genomen, wat een overdrachtsbesluit vormde. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening, die op 17 augustus 2022 werd toegewezen, waardoor overdracht aan Bulgarije tijdelijk werd opgeschort.
De rechtbank beoordeelde of de voortzetting van de bewaring na deze voorlopige voorziening rechtmatig was. Gezien het feit dat de overdracht binnen zes weken na het claimakkoord niet meer mogelijk was, had de bewaring op 17 augustus 2022 moeten worden opgeheven. De voortzetting was daarmee onrechtmatig.
De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €300 voor drie dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de Staat tot betaling van de proceskosten van €759. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vreemdelingenbewaring vanaf 17 augustus 2022 onrechtmatig was en kent een schadevergoeding toe van €300 plus proceskosten.