Uitspraak
Scheiding
Beschikking op het op 21 februari 2022 ingekomen verzoek van:
[Y] ,
[X]
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
Rechtbank Den Haag
Partijen zijn in 2002 gehuwd en in 2013 gescheiden van tafel en bed met een convenant waarin partneralimentatie is vastgelegd. De man verzoekt om ontbinding van het huwelijk en een verklaring dat zij geen alimentatie meer verschuldigd zijn, omdat volgens hem de wettelijke termijn van vijf jaar is verstreken.
De vrouw stelt dat een alimentatieduur van twaalf jaar geldt, gebaseerd op de Wet herziening partneralimentatie (Whp) en het bekrachtigde convenant. De rechtbank stelt vast dat de alimentatieovereenkomst is gesloten vóór de inwerkingtreding van de Whp en dat op deze overeenkomst de oude regeling van toepassing blijft.
De rechtbank oordeelt dat de alimentatieverplichting twaalf jaar duurt vanaf de inschrijving van de scheiding van tafel en bed in het huwelijksgoederenregister en dat deze termijn nog niet is verstreken. De verklaring voor recht dat partijen geen alimentatie meer verschuldigd zijn wordt daarom afgewezen. De echtscheiding wordt uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en bevestigt dat de partneralimentatieverplichting van twaalf jaar nog niet is verstreken.