De zaak betreft een beroep van eiseres tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Delft om een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een woon- en winkelcomplex aan de Kruisstraat te Delft. De vergunning werd verleend in twee fasen, waarbij eiseres bezwaar maakte tegen de tweede fase vanwege aanpassingen in het bouwplan die volgens haar een ongerechtvaardigde inbreuk op haar woon- en leefklimaat veroorzaken.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de aanpassingen, zoals een gewijzigde positie van de voorgevel, het vervallen van inpandige balkons en andere details, geen vergroting van de strijdigheid met het bestemmingsplan betekenen. De vergunninghouder mocht het bouwplan aanpassen zonder dat dit leidde tot wijziging van de eerste fase vergunning. De beoordeling van de tweede fase vergunning vond plaats aan de hand van de weigeringsgronden uit artikel 2.10 van de Wabo, waarvan geen sprake was.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat er geen reden is voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J. Schaaf op 18 januari 2022. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.