ECLI:NL:RBDHA:2022:9099
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen overdrachtsbesluit Dublin Italië ongegrond verklaard
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar de IND besloot dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat Italië zijn verplichtingen niet nakwam, maar de rechtbank oordeelde dat hij geen asielaanvraag in Italië had gedaan en dat de Italiaanse maatregelen niet onrechtmatig waren.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en verwierp tevens verzoeken van de IND om zaken met voorrang te behandelen om te voorkomen dat de overdrachtstermijn zou verlopen. De rechtbank benadrukte dat capaciteitsproblemen bij de IND niet leiden tot verlenging van de overdrachtstermijn en dat het spoedig behandelen van zaken op volgorde van binnenkomst moet plaatsvinden.
Verder overwoog de rechtbank dat het plannen van feitelijke overdrachten zonder rechtmatigheidsbeoordeling door de rechter onjuist is en leidt tot onnodige spoedprocedures. De rechtbank verwees naar jurisprudentie en de conclusie van AG Pikamäe die bevestigen dat praktische problemen geen reden zijn voor het stuiten van de overdrachtstermijn.
De rechtbank benadrukte dat de Dublinverordening snelle duidelijkheid voor de vreemdeling beoogt en dat de IND moet berusten in het feit dat bij overschrijding van de termijn Nederland verantwoordelijk wordt voor de inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag.
Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit naar Italië wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.