ECLI:NL:RBDHA:2022:9154
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering ontheffing inburgeringsvereiste voor MVV
Eiseres, burger van de Democratische Republiek Congo, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar geen ontheffing te verlenen van het inburgeringsvereiste bij de aanvraag van een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) voor gezinshereniging.
De rechtbank stelt vast dat eiseres inburgeringsplichtig is en niet geslaagd voor het basisexamen inburgering buitenland. Hoewel eiseres meerdere malen het examen heeft afgelegd en geslaagd is voor het onderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving, heeft zij onvoldoende concreet gemaakt welke inspanningen zij heeft verricht ter voorbereiding op het examen. Ook zijn er tegenstrijdigheden in verklaringen en onvoldoende bewijs dat het beschikbare studiemateriaal niet geschikt is voor haar.
De medische stukken geven geen aanleiding te concluderen dat eiseres niet in staat is het examen binnen een redelijke termijn te behalen. De belangenafweging van de staatssecretaris, waarbij het belang van de Nederlandse overheid wordt afgewogen tegen het persoonlijke belang van eiseres en haar echtgenoot, wordt door de rechtbank als niet onredelijk beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat het voor haar onmogelijk of uiterst moeilijk is om van haar recht op gezinshereniging gebruik te maken en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van ontheffing van het inburgeringsvereiste voor de MVV wordt ongegrond verklaard.