ECLI:NL:RBDHA:2022:9166
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verlenging woningsluiting na beschieting
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de burgemeester van Leiden besloten de woning van verzoekers te sluiten voor drie maanden na een eerdere noodsluiting van twee weken, vanwege een beschieting met een automatisch vuurwapen. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze verlenging en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake is van een ernstige vrees voor het ontstaan van ernstige wanordelijkheden, gelet op de reeks geweldsincidenten in Leiden en omgeving, waaronder de beschieting van de woning. De burgemeester mocht op basis van de beschikbare informatie tot dit oordeel komen.
Verzoekers stelden dat minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren en dat de belangenafweging onvoldoende was gemaakt, mede vanwege medische omstandigheden en het feit dat de verdachte zoon niet in de woning verbleef. De voorzieningenrechter vond echter dat de burgemeester een evenredige belangenafweging had gemaakt en dat minder ingrijpende maatregelen, zoals cameratoezicht of extra politie-inzet, onvoldoende waren om herhaling te voorkomen.
Ook het ontbreken van een formele zienswijzeprocedure werd niet als reden gezien om de voorlopige voorziening toe te wijzen, omdat er voldoende contact was geweest met de familie. De sluitingsduur van drie maanden werd niet onredelijk geacht gezien de ernst van de dreiging en de voortdurende bestuurlijke rapportages.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en oordeelde dat dit voorlopige oordeel geen bindende werking heeft in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af en bevestigt de verlenging van de woningsluiting voor drie maanden.