ECLI:NL:RVS:2020:2839
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- T.G.M. Simons
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging noodbevel burgemeester Nijmegen wegens ernstige vrees voor wanordelijkheden
De burgemeester van Nijmegen gaf op 15 augustus 2018 een noodbevel aan appellant sub 2, waarbij hij werd bevolen zijn woning aan een locatie in Nijmegen met zijn gezin te verlaten, het pand te sluiten en zich te onthouden van zichtbaar verblijf in de gemeente. Dit noodbevel was gebaseerd op ernstige vrees voor ernstige wanordelijkheden, waaronder bedreigingen door vermoedelijke leden van een zware criminele organisatie en een concreet risico op een beschieting van de woning.
De rechtbank Gelderland vernietigde het besluit van de burgemeester deels omdat het noodbevel onrechtmatig was voor het gehele grondgebied van Nijmegen en geen einddatum bevatte. De burgemeester en appellant sub 2 gingen tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de burgemeester terecht mocht uitgaan van de ernstige vrees voor wanordelijkheden op basis van bestuurlijke rapportages en dat het noodbevel niet in strijd was met het subsidiariteitsbeginsel. Wel werd bevestigd dat het gebiedsverbod niet voor de gehele gemeente mocht gelden en dat het noodbevel een einddatum moest bevatten vanwege het proportionaliteitsbeginsel.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat het noodbevel beperkt moet blijven tot de woninglocatie en dat een einddatum noodzakelijk is. De duur van vier maanden werd in dit geval niet als te lang beschouwd. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en beperkt het noodbevel tot de woninglocatie met een einddatum.