ECLI:NL:RBDHA:2022:9180
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister van Defensie inzake Wob-verzoek over bindingspremies
Eiseres, de Vakbond voor Burger en Militair Defensiepersoneel (VBM), verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van documenten over bindingspremies en financiële tegemoetkomingen aan krijgsmachtadjudanten. De minister van Defensie weigerde gedeeltelijke openbaarmaking en verwees onder meer naar artikelen 10 en 11 van de Wob.
Na een beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar nam de minister alsnog een besluit, maar eiseres vermoedde dat niet alle relevante documenten openbaar waren gemaakt, waaronder conceptversies en notulen van vergaderingen. Tevens stelde zij dat persoonsgegevens onterecht waren geanonimiseerd en dat zij niet de gelegenheid had gekregen te reageren op nieuw ingebrachte stukken.
De rechtbank oordeelde dat de minister niet voldoende inzicht had gegeven in de zoekslagen naar documenten en dat de weigering van openbaarmaking onvoldoende was gemotiveerd. Ook werd geoordeeld dat het niet toestaan van proceskostenvergoeding onterecht was, omdat eiseres werd vertegenwoordigd door een jurist binnen de organisatie die als externe rechtsbijstand geldt.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, maar verklaarde het beroep tegen het inhoudelijke besluit gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met volledige beoordeling en motivering.