ECLI:NL:RBDHA:2022:9201
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gebiedsverbod wegens ernstige overlast in centrum Den Haag
De burgemeester van Den Haag legde aan eiser een gebiedsverbod op voor drie maanden wegens structurele ernstige overlast in het centrum van Den Haag. Eiser voerde in beroep aan dat het gebiedsverbod onevenredig was en dat de hoorplicht was geschonden omdat hij geen uitnodiging voor de hoorzitting ontving.
De rechtbank constateerde dat eiser niet betwistte dat hij herhaaldelijk overlast veroorzaakte, waaronder het niet naleven van coronaregels en zorgmijdend gedrag. Verweerder had meerdere hulpaanbiedingen gedaan die door eiser werden afgewezen. De rechtbank oordeelde dat het gebiedsverbod een passend middel was om verdere verstoring van de openbare orde te voorkomen en dat het belang van de openbare orde zwaarder woog dan het belang van eiser bij bewegingsvrijheid.
Hoewel de hoorplicht was geschonden doordat de uitnodiging niet was verzonden, achtte de rechtbank dit niet benadelend voor eiser omdat hij in de beroepsfase voldoende gelegenheid had om zijn gronden naar voren te brengen. Daarom werd de schending van de hoorplicht gepasseerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten en vergoedde het griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het gebiedsverbod wordt ongegrond verklaard en het gebiedsverbod blijft van kracht.