ECLI:NL:RVS:2021:1418
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- B.P.M. van Ravels
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gebiedsverbod burgemeester wegens herhaalde verstoring openbare orde
De burgemeester van Houten legde op 24 juni 2019 een gebiedsverbod van drie maanden op aan appellante wegens herhaalde verstoring van de openbare orde in de omgeving Duitslag te Houten. Dit volgde op een proces-verbaal van wijkagenten waarin 32 meldingen van incidenten werden genoemd, waaronder vernieling en huisvredebreuk, waarbij appellante betrokken was.
Appellante maakte bezwaar tegen het gebiedsverbod, dat door de burgemeester werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de burgemeester aannemelijk had gemaakt dat appellante herhaaldelijk de openbare orde had verstoord en dat er ernstige vrees bestond voor verdere verstoring. Ook werd geoordeeld dat het gebiedsverbod proportioneel en subsidiariteit in acht nemend was opgelegd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de openbare orde niet ernstig was verstoord, dat het gebiedsverbod disproportioneel was en dat haar recht op privé- en familieleven werd geschonden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht had gehandeld binnen zijn wettelijke bevoegdheid, dat het gebiedsverbod noodzakelijk was ter bescherming van de openbare orde en dat de belangen van omwonenden zwaarder wogen dan het belang van appellante om zich vrij te bewegen.
De Afdeling verwierp de stellingen van appellante over alternatieve maatregelen zoals een contactverbod of een aangewezen route, omdat deze de effectiviteit van het gebiedsverbod zouden ondermijnen. Ook werd geoordeeld dat het gebied niet onredelijk groot was en dat de duur van drie maanden passend was gezien de ernst en duur van de incidenten.
De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het gebiedsverbod van drie maanden wordt bevestigd.