ECLI:NL:RBDHA:2022:9357
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Tozo-uitkering en terugvordering voorschotten wegens ontbreken hoofdverblijf in Zoetermeer
Eiseres, een zelfstandig ondernemer in de podiumkunst, vroeg voor drie perioden Tozo-uitkeringen aan bij het college van Zoetermeer. Het college wees deze aanvragen af en vorderde verstrekte voorschotten terug, omdat uit onderzoek bleek dat eiseres niet op het opgegeven adres in Zoetermeer woonde.
De rechtbank oordeelt dat het recht op Tozo-uitkering afhankelijk is van het hoofdverblijf van de aanvrager. Hoewel eiseres in de Basisregistratie Personen (Brp) stond ingeschreven op een adres in Zoetermeer, heeft zij feitelijk vanaf maart 2020 niet meer op dat adres gewoond. Dit blijkt uit verklaringen, een huisbezoek en bankafschriften.
Eiseres verbleef tijdelijk bij haar oma en vrienden buiten Zoetermeer en is niet teruggekeerd naar het adres in Zoetermeer. De rechtbank stelt dat een tijdelijk verblijf elders alleen het woonadres wijzigt als het niet van korte duur is en het hoofdverblijf niet wordt behouden.
De rechtbank concludeert dat eiseres niet haar hoofdverblijf in Zoetermeer had in de periode van 1 maart tot 6 november 2020. Daarom was het college terecht in het afwijzen van de Tozo-aanvragen en de terugvordering van voorschotten. Een beroep op dringende redenen om terugvordering te voorkomen slaagt niet.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt het griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college heeft terecht de Tozo-aanvragen afgewezen en voorschotten teruggevorderd.