Verzoekster, DSM Delft Permit B.V., heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland om de milieuvoorschriften van haar omgevingsvergunning ambtshalve te wijzigen vanwege het risico op legionellabesmetting.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is en dat de inhoudelijke beoordeling van de juridische gronden complex is, zodat de voorlopige voorziening zich beperkt tot belangenafweging en beoordeling van de concrete gronden tegen de voorschriften.
Hoewel voorschriften voor het opstellen van een risicoanalyse binnen drie maanden redelijk worden geacht, zijn de termijnen en eisen voor het beheersplan, monitoringsplan en directe maatregelen onhaalbaar en onduidelijk. Daarom worden voorschriften 1.3, 1.4, 1.5 (aanhef en onder e), 1.6 en 1.7 geschorst tot de uitspraak in beroep. De overige voorschriften treden wel in werking.
Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster. De uitspraak bindt niet in een bodemprocedure.