ECLI:NL:RBDHA:2022:9427
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen termijn 8+8-wekenmodel in asielprocedure ongegrond verklaard
Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van juni 2019. De rechtbank heeft in september 2020 het beroep gegrond verklaard en de staatssecretaris een termijn gesteld om binnen acht weken een eerste gehoor te houden en binnen acht weken daarna een besluit te nemen, met een maximum van zestien weken.
Opposant stelde dat het 8+8-wekenmodel onterecht werd toegepast omdat de staatssecretaris in de praktijk geen rekening houdt met de beschikbaarheid van vreemdeling en advocaat, waardoor hij benadeeld zou zijn. In verzet werd betwist dat de rechtbank terecht zonder zitting uitspraak deed en dat de termijn passend was.
De rechtbank oordeelt dat het beroep terecht buiten zitting is behandeld omdat het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank bevestigt dat de termijn passend is, gelet op de complexiteit van de asielprocedure, de wettelijke bovengrens van 21 maanden en het verbod op refoulement.
De rechtbank wijst erop dat de staatssecretaris weliswaar andere termijnen hanteert, maar dat dit geen reden is om af te wijken van het 8+8-wekenmodel. Het verzet wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de toepassing van het 8+8-wekenmodel wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak blijft in stand.