ECLI:NL:RBDHA:2022:9428
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak over niet tijdig beslissen asielaanvraag ongegrond verklaard
Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 29 juli 2019. De rechtbank heeft bij uitspraak van 7 april 2021 het beroep gegrond verklaard en de staatssecretaris termijnen gesteld voor het horen van opposant en het nemen van een besluit, met een dwangsom bij overschrijding.
Tegen deze uitspraak heeft opposant verzet ingesteld, stellende dat de rechtbank ten onrechte zonder zitting heeft beslist en dat de termijn onjuist is vastgesteld omdat op 16 februari 2021 al een taalanalyse was afgenomen. De rechtbank beoordeelt in verzet of terecht zonder zitting is beslist en of de opgelegde termijn passend is.
De rechtbank oordeelt dat het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat en dat het 8+8-wekenmodel, ondanks mogelijke lichte overschrijding van de wettelijke bovengrens van 21 maanden, passend is gelet op de complexiteit van de asielprocedure en het belang van zorgvuldigheid. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak blijft in stand.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J. Schaaf en griffier R. Kroes en is in het openbaar uitgesproken op 16 september 2022.
Uitkomst: Het verzet tegen de bestreden uitspraak wordt ongegrond verklaard en de opgelegde termijn voor besluitvorming bevestigd.