Eiser, die een geregistreerd partnerschap is aangegaan, ontving een AOW-uitkering als ongehuwde. Verweerder wijzigde deze uitkering per 8 oktober 2020 naar een gehuwdenpensioen, omdat eiser volgens verweerder niet duurzaam gescheiden leeft van zijn partner. Eiser voerde aan dat hij en zijn partner een gescheiden financiële huishouding voeren en op grote afstand wonen.
De rechtbank beoordeelde of sprake is van duurzaam gescheiden leven aan de hand van vaste rechtspraak en het beleid van verweerder. Hoewel eiser en zijn partner gescheiden financiële huishoudens hebben, onderhouden zij intensief contact, bezoeken elkaar meerdere keren per jaar en presenteren zich als partners. Dit leidt tot het oordeel dat geen duurzaam gescheiden leven bestaat.
De rechtbank achtte het beroep ontvankelijk omdat niet aannemelijk was gemaakt dat het bestreden besluit tijdig was verzonden. Er waren geen dringende redenen om af te zien van herziening of terugvordering. Het beroep werd ongegrond verklaard en de terugvordering van € 1.929,11 werd bevestigd.