ECLI:NL:RBDHA:2022:9484
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag mvv wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen ouder en meerderjarig kind
Eiseres, een Jemenitische vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland als familie- of gezinslid van haar zoon, de referent. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat de band tussen eiseres en haar zoon de gebruikelijke ouder-kindrelatie overstijgt.
Eiseres stelde in beroep dat er sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, onder meer vanwege samenwoning in het verleden, financiële zorg door de zoon, emotionele afhankelijkheid en medische problemen. Zij voerde aan dat zij geen andere kinderen heeft die voor haar kunnen zorgen en dat zij geen sterke banden met Jemen heeft.
De rechtbank oordeelde dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende bewijs bieden voor een bijzondere afhankelijkheidsrelatie. De financiële bijdragen waren beperkt en konden ook op afstand plaatsvinden, emotionele afhankelijkheid was niet aannemelijk gemaakt en medische rapporten toonden geen noodzaak voor zorg exclusief door de zoon. De hoorplicht was niet geschonden omdat het horen niet tot een ander besluit zou leiden.
Daarmee concludeerde de rechtbank dat het gezinsleven niet beschermenswaardig is in de zin van artikel 8 EVRM Pro, en wees het beroep af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie is aangetoond.