ECLI:NL:RBDHA:2024:17099
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor jongvolwassene op grond van gezinsband en afhankelijkheid
Eiseres, afkomstig uit Syrië en 24 jaar oud, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als gezinslid bij haar vader in Nederland. Haar eerdere mvv-aanvragen voor verblijf bij haar ex-partner en broer werden afgewezen en onherroepelijk verklaard. De minister wees de aanvraag af omdat volgens hem geen sprake was van familie- of gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, mede omdat eiseres geen jongvolwassene is in de zin van het beleid en de gezinsband door haar huwelijk is verbroken.
Eiseres betoogde dat het huwelijk slechts een culturele registratie was zonder feitelijke samenwoning en dat de gezinsband met haar vader hersteld kan worden. Zij stelde dat zij financieel en emotioneel afhankelijk is van haar vader, wat een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie zou vormen. De minister stelde dat de gezinsband door het huwelijk is verbroken en dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiseres niet onder het jongvolwassenenbeleid valt en dat de gezinsband door het huwelijk is verbroken. De rechtbank vond het betoog van eiseres onvoldoende om dit te weerleggen. Ook concludeerde de rechtbank dat de minister voldoende gemotiveerd heeft dat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid bestaat, mede omdat financiële en emotionele steun ook op afstand kan plaatsvinden en eiseres onvoldoende onderbouwing leverde.
De rechtbank stelde dat de minister de belangenafweging niet hoefde te maken omdat geen sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de aanvraag in stand blijft en eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.