ECLI:NL:RBDHA:2022:9488
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vrijstelling mvv-vereiste voor verblijf bij echtgenoot in Nederland
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit en een Spaanse verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij haar echtgenoot in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet de status van EU-langdurig ingezetene had, waardoor zij niet vrijgesteld kon worden van het mvv-vereiste.
Eiseres voerde aan dat zij op grond van haar duurzame verblijfsrecht in Spanje vrijstelling zou moeten krijgen en dat haar uitzetting in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro, mede omdat zij mantelzorger is voor haar echtgenoot. De rechtbank oordeelde dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden heeft meegewogen en dat het belang van het Nederlandse toelatingsbeleid zwaarder woog. De omstandigheden van eiseres, waaronder het ontbreken van een aanvraag voor EU-langdurig ingezetene status en het feit dat het gezinsleven buiten Nederland voortgezet kan worden, rechtvaardigen geen vrijstelling.
Ook de hardheidsclausule werd niet toegepast omdat er geen bijzondere persoonlijke omstandigheden waren die het onevenredig bezwarend maakten om vast te houden aan het mvv-vereiste. Het beroep op de tijdelijke versoepeling vanwege COVID-19 faalde omdat eiseres niet voldeed aan het inburgeringsvereiste. Ten slotte was het niet horen in bezwaar gerechtvaardigd omdat het bezwaar geen aanleiding gaf tot een ander besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor vrijstelling van het mvv-vereiste wordt afgewezen.