ECLI:NL:RBDHA:2022:9494

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 juli 2022
Publicatiedatum
19 september 2022
Zaaknummer
AWB 21/7077
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 49 Stabilisatie- en Associatieovereenkomst EG/AlbaniëArt. 50 Stabilisatie- en Associatieovereenkomst EG/AlbaniëArt. 3.71 Vreemdelingenbesluit 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag vrijstelling mvv voor arbeid op grond van Stabilisatie- en Associatieovereenkomst EG/Albanië

Eiser, een Albanese ondernemer met een eenmanszaak ingeschreven in Nederland, verzocht om een verblijfsvergunning regulier met als doel arbeid als zelfstandige. Hij beriep zich op artikel 49 en Pro 50 van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst EG/Albanië voor vrijstelling van het mvv-vereiste.

Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet in het bezit was van een geldige mvv en niet in aanmerking kwam voor vrijstelling. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst alleen betrekking heeft op vennootschappen en niet op de vrijvestiging van personen, zoals zelfstandigen met een eenmanszaak.

Eiser voerde in beroep aan dat het gelijkheidsbeginsel hem vrijstelling zou moeten geven, maar de rechtbank verwierp dit omdat verweerder gemotiveerd had gereageerd en eiser geen nieuwe gronden aanvoerde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees op de wettelijke vereisten en de toelichting bij de overeenkomst.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter Van der Poort-Schoenmakers op 26 juli 2022 en is openbaar gemaakt.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor vrijstelling van het mvv-vereiste wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/7077

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juli 2022 in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. J.P. Sanchez Montoto),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (verweerder)

(gemachtigde: mr. E.G. Angela).

Procesverloop

Bij besluit van 22 april 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot verlening van een verblijfsvergunning, afgewezen.
Bij besluit van 11 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 1 juli 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen op zitting, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?
1. Eiser, met de Albanese nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend tot verlening van een verblijfsvergunning regulier met als doel ‘arbeid als zelfstandige’. Eiser stelt dat hij in Albanië actief is als ondernemer en een (dochter)vestiging heeft opgericht in Nederland. Hij heeft zijn eenmanszaak [eenmanszaak] ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Eiser beroept zich op artikel 49 en Pro 50 van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst EG/Albanië (hierna: de Associatieovereenkomst).
2. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiser niet in het bezit is van een mvv [1] . Eiser komt niet in aanmerking voor vrijstelling van het mvv-vereiste. Eiser verblijft immers al geruime tijd in Nederland en heeft de mvv-procedure niet in zijn land van herkomst afgewacht. Eiser kan geen beroep doen op de Associatieovereenkomst, omdat die overeenkomst alleen ziet op vennootschappen en niet op vrijelijke vestiging van personen.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert aan dat hij een beroep kan doen op de Associatieovereenkomst. Gelet op het daarin neergelegde gelijkheidsbeginsel [2] zou hij vrijgesteld moeten worden van het mvv-vereiste. De onderneming heeft continuïteitsperspectief. Hij kan een inkomen verdienen dat hoger is dan een bruto minimumloon.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank overweegt dat wat in beroep is aangevoerd tegen het bestreden besluit, een herhaling is van wat eiser in bezwaar tegen het primaire besluit naar voren heeft gebracht. De rechtbank stelt vast dat verweerder in het bestreden besluit hierop gemotiveerd is ingegaan. Omdat eiser niet heeft aangegeven waarom de weerlegging van die bezwaren onjuist is dan wel op welke andere wijze het bestreden besluit de toets in rechte niet kan doorstaan, kan een enkele herhaling van zetten niet tot enig resultaat leiden. [3]
Alleen daarom al is het beroep ongegrond.
5. Ten overvloede overweegt de rechtbank het volgende. De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt afgewezen, als de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv. [4] Niet in geschil is dat eiser niet in het bezit is van een geldige mvv. De vraag die voorligt is of verweerder eiser had moeten vrijstellen van het mvv-vereiste.
5.1.
Artikel 50 van Pro de Associatieovereenkomst heeft betrekking op vestiging van Albanese vennootschappen en niet op de vrijelijke vestiging van personen uit Albanië. Dit volgt ook uit de tekst van het artikel en ook uit de memorie van toelichting waarin is vermeld: “Artikel 50 (…) Vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst zal de Stabilisatie en associatieraad – in het licht van de toestand van de arbeidsmarkt – onderzoeken of de bepalingen moeten worden uitgebreid tot de vestiging van onderdanen van beide partijen, die als zelfstandigen economische activiteiten zouden wensen te ontplooien.” [5] . Geen van de wijzigingen die daarna hebben plaatsgevonden heeft betrekking op de vestiging van zelfstandigen. Eiser heeft een eenmanszaak. Hij kan daarom geen beroep doen op de Associatieovereenkomst. Hij valt daarom niet onder vrijstelling van het mvv-vereiste. [6] Ook hierom is het beroep ongegrond.
Wat is de conclusie?
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, rechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Machtiging tot voorlopig verblijf.
2.Zie artikel 50, derde lid, aanhef en onder i. (en ii) van de Associatieovereenkomst.
3.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:601.
4.Zie artikel 3.71, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).
5.Kamerstukken II 2006-2007, 31 035, nr. 3, Memorie van Toelichting p. 11.
6.Op grond van artikel 3.71, tweede lid, van het Vb.