ECLI:NL:RVS:2020:601
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- F.C.M.A. Michiels
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor overtreding plaatsingsverbod borden en spandoeken
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht legde op 14 augustus 2017 aan appellante een last onder dwangsom en een preventieve last onder dwangsom op wegens het plaatsen van borden en spandoeken die in strijd zijn met artikel 5.2.1 van de Verordening natuur en landschap provincie Utrecht 2017 (Vnl).
Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het verbod in artikel 5.2.1 Vnl een algemeen verbod is zonder mogelijkheid tot ontheffing, en dat de vrijstellingen in de artikelen 5.2.2 en 5.2.3 Vnl niet van toepassing waren op de betreffende borden en spandoeken.
In het hoger beroep betoogde appellante onder meer dat het bord bij de inrit en het spandoek onder vrijstellingen vielen en dat er zicht was op legalisatie. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de tweede last onder dwangsom niet in procedure was meegenomen, dat het bord bij de inrit niet vrijgesteld was omdat reguliere bewegwijzering aanwezig was, en dat het spandoek onvoldoende gerelateerd was aan de functie van het gebouw. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.