ECLI:NL:RBDHA:2022:9501
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandelingstelling aanvraag uitstel van vertrek op medische gronden ongegrond verklaard
Eiser heeft een aanvraag voor uitstel van vertrek op medische gronden ingediend, welke door verweerder buiten behandeling is gesteld omdat de aanvraag niet compleet was en geen medisch advies bij het Bureau Medische Advisering (BMA) kon worden opgevraagd. Eiser voerde aan dat hij voldoende medische informatie had verstrekt, waaronder toestemmingsverklaringen, en dat het BMA zelf nadere informatie had kunnen opvragen.
De rechtbank oordeelt dat het beleid van verweerder redelijk is en dat de bewijslast voor de actuele medische situatie volledig bij eiser ligt. Verweerder had eiser een hersteltermijn geboden om ontbrekende medische stukken aan te leveren, waaronder recente medische verklaringen van de huisarts en relevante medische gegevens. Eiser heeft deze stukken niet volledig binnen de termijn aangeleverd, waardoor de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld.
De rechtbank wijst erop dat eiser verantwoordelijk is voor het indienen van een volledig onderbouwde aanvraag en dat het feit dat hij afhankelijk is van zijn medische behandelaars niet leidt tot een andere beoordeling. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep is beslist. Eiser wordt vrijgesteld van griffierecht wegens gebrek aan inkomen en vermogen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de buiten behandelingstelling van de aanvraag voor uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.