ECLI:NL:RVS:2017:2707
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende medische gegevens
De staatssecretaris wees de aanvraag van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af omdat de vreemdeling niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en onvoldoende medische gegevens had overgelegd om toepassing van de hardheidsclausule te rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onduidelijk handelde met betrekking tot de toestemmingsverklaring voor het opvragen van medische gegevens door het Bureau Medische Advisering (BMA) en legde de verantwoordelijkheid voor het verstrekken van medische informatie ten onrechte uitsluitend bij de vreemdeling neer. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat volgens artikel 3.102b van het Vreemdelingenbesluit 2000 en de Vreemdelingencirculaire 2000 de vreemdeling zelf de relevante medische gegevens van zijn behandelaars moet overleggen, en dat het BMA slechts aanvullende informatie kan opvragen indien nodig. De rechtbank had onvoldoende onderkend dat de vreemdeling niet had aangetoond dat zijn behandelaars niet bereid waren de gevraagde informatie te verstrekken.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.