ECLI:NL:RBDHA:2022:9596
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 3 augustus 2022 waarbij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvraag niet in behandeling nam op grond van de Dublinverordening, die bepaalt dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 1 september 2022, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, mede omdat op dezelfde dag in zaaknummer NL22.14936 uitspraak is gedaan op het beroep zelf. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.