ECLI:NL:RBDHA:2022:9606
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen rechtmatig verblijf als Unieburger wegens ontbreken economisch actief zijn of voldoende middelen
Eiseres, een Roemeense Unieburger, betwistte het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat zij geen rechtmatig verblijf in Nederland had. De staatssecretaris stelde vast dat eiseres nooit als werknemer of zelfstandige heeft gewerkt, noch werkzoekende was, en onvoldoende middelen van bestaan bezat. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf als economisch actieve of niet-actieve Unieburger.
Eiseres voerde aan dat zij sinds 2008 duurzaam in Nederland verbleef en werd onderhouden door haar ex-partner, en dat de AIO-aanvulling op de AOW-uitkering van haar ex-partner ten onrechte als bijstandsuitkering werd gezien. De rechtbank vond echter dat eiseres onvoldoende bewijs leverde voor voldoende middelen van bestaan en dat het beroep op de AIO-aanvulling als een beroep op publieke middelen moest worden beschouwd.
Verder concludeerde de rechtbank dat de belangenafweging door de staatssecretaris zorgvuldig was gemaakt, waarbij persoonlijke omstandigheden van eiseres waren meegewogen. De stelling dat de hoorplicht was geschonden werd verworpen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van geen rechtmatig verblijf als Unieburger is ongegrond verklaard.