ECLI:NL:RBDHA:2022:9614
Rechtbank Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek conservatoir beslag op aandeel in overwaarde woning na verbouwing
Partijen zijn ieder voor de helft eigenaar van een woning die zij samen hebben verkocht met een aanzienlijke overwaarde van circa €192.000. De man stelt dat hij recht heeft op vergoeding van €21.000 voor de vele uren die hij in de verbouwing van de woning heeft gestoken, waardoor de overwaarde is ontstaan. Tevens vordert hij vergoeding van de helft van door hem betaalde hypotheektermijnen.
De man baseert zijn vorderingen op de samenlevingsovereenkomst en het leerstuk van ongerechtvaardigde verrijking of redelijkheid en billijkheid. De vrouw heeft toegezegd later op de aanspraken terug te komen maar heeft dit niet gedaan. De man heeft nagelaten haar hieraan te herinneren bij het sluiten van de koopovereenkomst.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de man onvoldoende bewijs heeft geleverd van de betaalde hypotheekaflossingen, zodat dit deel van de vordering niet toewijsbaar is. Daarnaast geldt dat bij gezamenlijke eigendom van de woning de waardestijging in principe gelijk verdeeld wordt, en dat in deze situatie geen feiten of omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen.
Daarom wordt het verzoek om verlof voor het leggen van conservatoir beslag op het aandeel van de vrouw in de overwaarde afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het leggen van conservatoir beslag op het aandeel van de vrouw in de overwaarde van de woning wordt afgewezen.