Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 22 juni 2022, waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Tijdens de procedure verliet eiser op 30 augustus 2022 zelfstandig de opvang en vertrok met onbekende bestemming. De gemachtigde van eiser gaf aan sinds 23 juni 2022 geen contact meer te hebben met eiser en wist niet waar eiser zich in Nederland bevond.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit, omdat hij kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming. De enkele mededeling van de gemachtigde dat eiser zijn asielaanvraag niet zou willen intrekken, was onvoldoende om anders te oordelen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.