ECLI:NL:RBDHA:2022:9671
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onroerende zaak niet als woning aangemerkt voor overdrachtsbelasting
Eiseres verwierf op 18 april 2019 een voormalig kantorencomplex met parkeerplaatsen en betaalde daarop overdrachtsbelasting. Zij stelde dat het complex als woning moest worden aangemerkt vanwege het bestemmingsplan, de plannen tot transformatie en aanwezige voorzieningen, en vorderde een teruggaaf van overdrachtsbelasting.
De rechtbank overwoog dat het pand oorspronkelijk als kantoor was ontworpen en gebouwd, en dat er op de verkrijgingsdatum geen verbouwingen hadden plaatsgevonden om het geschikt te maken voor bewoning. Het bestemmingsplan en de plannen voor toekomstige transformatie waren niet doorslaggevend. Ook het feit dat het pand leegstond of voorzieningen zoals douches aanwezig waren, veranderde dit niet.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad dat de aard van het bouwwerk zelf bepalend is voor de kwalificatie als woning. Omdat het complex op het moment van overdracht niet naar zijn aard bestemd was voor bewoning, werd het niet als woning aangemerkt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en oordeelt dat het voormalige kantoorcomplex op de verkrijgingsdatum niet als woning kwalificeert voor de overdrachtsbelasting.