ECLI:NL:RBDHA:2022:9778
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens verblijf buitenland en schending inlichtingenplicht
Eiseres ontving een WIA-uitkering die door het UWV werd stopgezet per 1 augustus 2020 vanwege haar verblijf in de Verenigde Arabische Emiraten, een niet-Verdragsland, zonder dit te melden. Daarnaast werd een boete opgelegd en een terugvordering van te veel ontvangen uitkeringen ingesteld. Eiseres betwistte dat zij gedurende de gehele periode in het buitenland verbleef en voerde aan dat de bewijslast bij het UWV lag en dat bepaalde bewijsstukken onrechtmatig waren verkregen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat eiseres vanaf 25 september 2019 tot 1 augustus 2020 in het buitenland verbleef, onder meer op basis van bankafschriften en een verklaring van een buurvrouw. Eiseres had haar inlichtingenplicht geschonden door dit niet te melden, ondanks herhaalde verzoeken van het UWV. De rechtbank verwierp de bezwaren tegen de bevoegdheid van het UWV om bankafschriften op te vragen en achtte de boete van 50% van het benadelingsbedrag passend.
De rechtbank concludeerde dat de herziening en terugvordering terecht waren, dat de WIA-uitkering terecht was stopgezet en dat de boete terecht was opgelegd. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening, terugvordering, stopzetting van de WIA-uitkering en de boete wordt ongegrond verklaard.