Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam] , geboren op [geboortedag] 1991, eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
met ingang van 2 maart 2017, geldig tot 2 maart 2022.Verweerder heeft in dit besluit tevens bepaald dat eisers niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. In de inwilligende beschikking is vermeld dat “
de gehele inhoud van het dossier is betrokken bij de besluitvorming”. Tegen deze inwilligende beschikking van 14 juni 2021 is een rechtsmiddel opengesteld voor de duur van vier weken. Eisers hebben geen rechtsmiddel aangewend, zodat de beschikking in rechte is komen vast te staan.
Geachte heer, mevrouw Derksen,
blijvenstaan en verweerder aan eisers met ingang van 2 maart 2017 subsidiaire bescherming heeft verleend.
zich heeft vergist” is geen erkende intrekkingsgrond van een subsidiaire beschermingsstatus als bedoeld in artikel 19 van Pro de Kwalificatierichtlijn (Richtlijn 2011/95/EU) en is evenmin opgenomen in artikel 32 van Pro Vw 2000 als grond waarop een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken. Zeker nu de besluiten op 14 juni 2021 zijn genomen, gaat het bovendien niet aan om geruime tijd daarna, op 8 december 2021, in een uiterst korte brief eenvoudigweg en zonder enige toelichting mede te delen dat de verleningsdatum “onjuist” is vermeld.
Beslissing
- verklaart eisers niet-ontvankelijk in hun beroep;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.518,00.