Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 augustus 2022 in de zaak tussen
[eiser] uit [woonplaats] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (de staatssecretaris)
Inleiding
Wat aan het bestreden besluit voorafging
- een uittreksel van de Kamer van Koophandel over de eenmanszaak [naam] . Hieruit blijkt dat deze onderneming sinds 18 juli 2018 bestaat, dat haar activiteiten ‘Interieurreiniging van gebouwen, schoonmaken en puinruimen in de bouw’ zijn, en dat eiser sinds 18 juli 2018 de eigenaar is;
- een bankafschrift van eiser over de periode 1 augustus 2018 tot en met 31 juli 2019;
- bankafschriften van [naam] over de periode 1 april 2018 tot en met 31 december 2018 en over de periode 15 januari 2019 tot en met 14 juli 2019;
- facturen van [naam] aan [naam] B.V. vanaf week 29 tot en met week 51 van 2018 en vanaf week 3 tot en met week 30 van 2019;
- aangiftes omzetbelasting van eiser over het eerste, tweede, derde en vierde kwartaal 2018.
De beoordeling door de rechtbank
- aangiftes omzetbelasting van eiser over het eerste, tweede, derde en vierde kwartaal van 2019 en het eerste en derde kwartaal van 2020;
- facturen van [naam] aan [naam] B.V. vanaf week 39 tot en met week 51 van 2018, vanaf week 3 tot en met week 48 van 2019 en vanaf week 3 tot en met week 17 van 2020;
- bankafschriften van [naam] over de periodes 1 april 2018 tot en met 14 juli 2019 en 1 januari 2020 tot en met 26 oktober 2020;
- bankafschriften van eiser over 2018, 2019 en over de periode 1 januari 2020 tot en met 24 mei 2020;
- een balans- en resultatenrekening van [naam] over 2019;
- jaarstukken inkomstenbelasting van [naam] over 2019;
- aangifte inkomstenbelasting van eiser over 2019;
- voorlopige aanslag van eiser over 2018;
- balans- en resultatenrekening van [naam] over 2018;
- jaarstukken inkomstenbelasting van [naam] over 2018;
- facturen van [naam] aan [naam] vanaf week 15 tot en met week 40 van 2020;
- facturen van [naam] aan [naam] vanaf week 29 tot en met week 37 van 2018.