ECLI:NL:RBOBR:2022:3452
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige langdurig ingezetene
Eiser, een Pakistaanse langdurig ingezetene in Spanje, vroeg een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd aan voor arbeid als zelfstandige in Nederland. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk zou hebben gemaakt dat zijn middelen van bestaan duurzaam zijn en dat hij daadwerkelijk als zelfstandige werkt.
Eiser voerde aan dat hij sinds 2018 een schoonmaakonderneming heeft met diverse opdrachtgevers en stabiele inkomsten. De staatssecretaris stelde dat eiser feitelijk in loondienst zou zijn omdat de opdrachtgevers uitleners van arbeidskrachten zijn en dat een ondernemingsplan ontbrak om de duurzaamheid aan te tonen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een ondernemingsplan vereist is bij een onderneming die al ruim twee jaar bestaat. Ook heeft de staatssecretaris het arbeidsverleden onterecht buiten beschouwing gelaten, waardoor het doel en het nuttig effect van de richtlijn worden ondermijnd. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de staatssecretaris op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met een concrete individuele beoordeling.
Daarnaast is vastgesteld dat eiser daadwerkelijk als zelfstandige werkt zonder gezagsverhouding. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een concrete individuele beoordeling.