ECLI:NL:RBDHA:2022:9924
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en onduidelijk asielrelaas
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij betrokken was bij een conflict tussen gemeenschappen en later door Boko Haram werd vastgehouden. Verweerder betwijfelde de identiteit van eiser vanwege inconsistenties, waaronder het gebruik van meerdere identiteiten in Italië en tegenstrijdige verklaringen over een paspoort. Ook achtte verweerder de verklaringen over het conflict en de vlucht onbetrouwbaar.
Eiser voerde aan dat hij niet misleidend had gehandeld en dat de beoordeling van verweerder onzorgvuldig was, onder meer door een onjuiste tolk en onvoldoende doorvragen. Hij stelde dat de krantenartikelen en politieverklaring zijn verhaal ondersteunen. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht twijfelde aan de identiteit en de geloofwaardigheid van het asielrelaas, mede vanwege tegenstrijdigheden en onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank concludeerde dat eiser de aanvraag terecht is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van misleiding over identiteit. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens twijfel aan identiteit en ongeloofwaardig asielrelaas.