Uitspraak
,wonende te [woonplaats],
Rechtbank Den Haag
De eiser bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van ruim €1,8 miljoen verdeeld over negen schuldeisers. Hij heeft een saneringsakkoord aangeboden waarbij een deel van de vorderingen wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. Hoewel zes schuldeisers instemden, weigerden ING Bank en ABN AMRO akkoord te gaan.
De eiser verzocht de rechtbank om een dwangakkoord op te leggen zodat de schuldregeling dwingend wordt opgelegd aan de weigerende schuldeisers. De rechtbank stelde vast dat de schuldbemiddeling door een deskundige advocaat was uitgevoerd en dat het voorstel goed en betrouwbaar was gedocumenteerd. De rechtbank overwoog dat het voorstel het maximaal haalbare was gezien de persoonlijke en financiële situatie van de eiser.
Na belangenafweging oordeelde de rechtbank dat de weigering van ING en ABN AMRO onredelijk was, mede omdat de meerderheid van de schuldeisers met het voorstel instemde en het voorstel een duurzame oplossing bood. De rechtbank legde het dwangakkoord op en veroordeelde de weigerende schuldeisers hoofdelijk in de proceskosten. Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen omdat het dwangakkoord werd toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord toe en veroordeelt ING en ABN AMRO in de proceskosten.